The rape of Lucretia

De Britse componist Benjamin Britten schreef de opera The Rape of Lucretia (De verkrachting van Lucretia) in 1946. Het verraste velen dat hij na zijn eerdere grootschalige en succesvolle opera Peter Grimes nu met een intiem en kleinschalig werk kwam, waarin hij alle vocale aandacht aan een kleine schare zangers kon schenken. De spaarzame orkestrale begeleiding is trefzeker en suggestief, terwijl de natuurlijke zanglijnen het geheel een realistische glans verlenen.

In deze spannende en tegelijkertijd broeierige kameropera staan de mooie Romeinse Lucretia en haar rijke emotionele leven centraal. Zij wordt op fatale wijze belaagd door Tarquinius, die haar hele bestaan onherstelbaar zal verstoren. Op ingenieuze wijze vertelt Britten ons het verhaal, soms door de ogen van de karakters, maar soms ook door de ogen van twee buitenstaanders, die onverwacht en ongewild verstrikt raken in het tragische relaas van Lucretia.

Voor de twee buitenstaanders koos Britten twee zangers die hij Male Chorus en Female Chorus noemde. Hoewel het vreemd lijkt om enkele stemmen als ‘koorzang’ te betitelen, vervullen zij wel de functie die een klassiek koor vaak in een opera bezat, namelijk die van commentaar geven op de handeling en de karakters. Brittens librettist Ronald Duncan had dit principe letterlijk overgenomen uit de basis voor zijn tekst, het toneelstuk Le Viol de Lucrèce van de modernistische Franse theaterauteur André Obey.

Diens stuk ging in 1931 in Parijs met veel succes in première. Op zijn beurt werd Obey geïnspireerd door Shakespeares dramatisch gedicht over Lucretia en door de klassieke Romeinse bronnen van het historische gegeven. Het werd trouwens een geliefd thema in de renaissance, getuige de tekst van Shakespeare maar ook de vele schilderijen die van de zelfmoord plegende Lucretia werden gemaakt.

Er speelde echter nog een andere inspiratiebron een grote rol voor Obey. De reden voor het succes van zijn stuk hield verband met de zoektocht naar nieuwe vormen van theater. In de eerste helft van de twintigste eeuw nam men langzaam afstand van de romantische negentiende-eeuwse vormentaal. Schrijvers als Brecht en Cocteau en componisten als Weill en Stravinsky braken oude vormen open. Ook werd er binnen een kunstwerk op datzelfde kunstwerk gereflecteerd, en dat is precies wat Male Chorus en Female Chorus doen. Duncan en Britten suggereren hiermee zogenaamde moderne objectieve observators. De ironie wil echter dat zij toch deel uitmaken van de fictieve vertelling. Sterker nog, zij raken er zelf in verstrikt. Dit spel met fictie en schijnbare werkelijkheid is een van de interessantste elementen van de twee Choruses. Zij verbinden de waarneming van de buitenwereld met hun eigen ervaringen en creëren zo hun eigen realiteit. Manipulerend lijken ze elkaar te vinden, terwijl ze zichzelf ook kwijtraken.

Librettist Duncan liet het verhaal in de Romeinse oudheid van de vijfde eeuw vóór Christus spelen, vlak voor de stichting van de Romeinse republiek. Rome werd geregeerd door vreemde Etruskische koningen en daar wilden de Romeinen vanaf. Dat is de politieke laag van het verhaal. Tarquinius is de zoon van de Etruskische tiran, en de Romein Junius wil hem uit de weg ruimen. De verkrachting van Lucretia wordt zo een metafoor voor de grote schade die de Etrusken in Rome aanrichtten.

Zoals gezegd nam Duncan de Male en Female Chorus over van Obey, maar op aandringen van Britten werd er een sterk christelijke lading aan toegevoegd. Het lijden van de verkrachte en zichzelf dodende Lucretia zou in de toekomst, zo’n vijfhonderd jaar na de gebeurtenissen, zijn betekenis en verlossing vinden in de dood van Christus. Waarschijnlijk had deze keuze te maken met een eigen autobiografische behoefte van Britten om van schuldgevoelens verlost te worden. Als openlijke homoseksueel en pacifist in oorlogstijd had hij genoeg spoken om mee te vechten. Maar juist door de christelijke lading wordt haar zelfmoord ook complexer. Voor de Romeinen betekende zelfmoord een heldendaad en Lucretia verlost zich daardoor van haar schuld. Bij de christenen laadt zij juist een grotere schuld op zich omdat zelfmoord taboe was in de christelijke moraal.

Vriend en vijand waren in Brittens tijd toch zeer verbaasd over deze religieuze toevoeging. In 2018 kunnen we het verhaal van een brute verkrachting niet meer met een christelijke moraal toedekken, of we nu gelovig zijn of niet. Dat vormde een van de redenen om het diepmenselijke verhaal van Lucretia als tijdloos te benaderen. Op zichzelf is het stuk tijdloos in zijn thematiek - helaas. Seksueel geweld gekoppeld aan machtsmisbruik is van alle tijden. Daarom zou het ook vandaag hebben kunnen spelen.

Of in 1946, want de ondergang van de Etruskische monarchie en de stichting van de Romeinse republiek vormt bijvoorbeeld een parallel met de naoorlogse periode in Italië, waarin de monarchie door een republiek werd vervangen. Juist in de jaren na het drama van de Tweede Wereldoorlog, die Britten zelf als traumatisch ervoer, krijgen alle elementen van de opera, inclusief de religieuze, een plaats.

Het is waarschijnlijk dat Britten voor de religieuze ingreep in het stuk koos nadat hij samen met pianist Yehudi Menuhin in de bevrijde concentratiekampen op het Europese vasteland had gespeeld voor overlevenden.

In deze productie van Dutch National Opera Academy plaatst regisseur Maria Riccarda Wesseling The Rape of Lucretia dan ook in een herkenbare openbare ruimte die het toelaat om de verhaallijnen van alle betrokken figuren te kunnen vertellen. De interessante symmetrie van de vier vrouwen en de vier mannen vindt zijn onontkoombare ontknoping in de huis clos van een ruimte die eigenlijk geen uitgang heeft. Vragen over liefde en trouw, agressie en verlangen, het omgaan met zinloos geweld en de stille hoop op een oplossing houden ons allemaal dagelijks bezig. De eigenlijke thematiek van het werk - het tragische en gewelddadige verlies van onschuld - zou het hele oeuvre van Benjamin Britten gaan bepalen: ‘For violence is the fear within us all, and tragedy the measurement of man, And hope his brief view of God!’

Willem Bruls